Pianissimo


In: Nexus, 55, themanummer `Hoop en vertroosting´, 2010, pp 160-164

Troost is een melancholiek begrip. Niets verandert er werkelijk door in de wereld, alle redenen voor je gevoel van verlatenheid zijn er nog steeds - maar ze verschijnen aan je in een nieuw licht. Het licht van de eeuwigheid misschien wel, dat zorgt dat je verdriet minder belangrijk lijkt.

Een van de meest troostrijke verhalen die ik ken is `Down at the Dinghy´ van J.D. Salinger. Het werk van Salinger biedt eigenlijk altijd troost, ondanks de soms tamelijk dramatische gebeurtenissen die zich erin afspelen. Vreemd genoeg komt het troostrijke effect voort uit de bedachtzame levenshouding van zijn personages, een uiterst ingehouden, beleefde, gevoelige vorm van rationaliteit, die zorgt dat je ook als lezer wel begrip kunt opbrengen voor het feit dat de dingen voortdurend misgaan in het leven.

Deze Salingeriaanse rationaliteit herken je, als kunstopvatting, feilloos in een beschrijving van Max Weber, in een passage uit zijn lezing `Wissenschaft als Beruf´ uit 1922. Het is de beroemde passage waarin Weber spreekt over de onttovering van de wereld. Volgens Weber leiden de toenemende intellectualisering en rationalisering niet zozeer tot meer kennis van de manier waarop we in het leven staan: ze leiden veeleer tot het rationele geloof dat het leven geen principiële geheimen meer voor ons heeft. Dat we uiteindelijk alles door nadenken kunnen beheersen.

Weber wijst erop dat door dit rationele geloof het besef van magie verloren gaat, de toegang tot de wereld van de geesten. Het grote vuur en de hevige storm zijn in de moderne tijd ingeruild voor kleine, zachte gebaren. `Het is niet toevallig dat onze hoogste kunst een intieme en geen monumentale kunst is, noch dat vandaag de dag slechts in de kleinste gemeenschapsvormen, van mens tot mens, in pianissimo, dat element pulseert, dat overeenkomt met wat vroeger als profetisch Pneuma in laaiend vuur door de grote gemeenten raasde en ze tesamen smeedde.´

Hoezeer je de onttovering soms ook kunt betreuren, bij Salinger zie je welke nieuwe magie hierdoor kan ontstaan: de magie van het intieme. Voor zijn personages lijkt de menselijke conditie inderdaad geen geheimen meer te hebben; ze doorzien het leven, lijden eraan, maar begrijpen ook dat je vanaf een hogergelegen standpunt met onthechting en beleefdheid op je eigen ellende moet neerzien. En in die intieme zelfbeheersing schuilt de troost.

In `Down at the Dinghy´ (Beneden bij de boot) duikt Boo Boo Tannenbaum op, telg uit de familie Glass, over wie Salinger wel vaker schrijft. Alle leden van de familie Glass hechten aan hun vrijheid om zelf hun innerlijke houding te bepalen tegenover de gebeurtenissen. Door hun eigenheid blijven ze verschoond van het stormachtige vuur dat, in de woorden van Weber, door de gemeenschap raast.

Aan het begin van dit verhaal is de vierjarige Lionel bezig weg te lopen, zoals hij wel vaker doet. Terwijl het huispersoneel roddelt over de familie Tannenbaum, en moppert dat je nooit iets kunt zeggen zonder dat Lionel het hoort, gaat Boo Boo haar zoontje opzoeken in de zeilboot aan de steiger voor het huis. Ze raken in gesprek. In de laatste alinea´s raakt het verhaal aan de grote geschiedenis, en even dreigt er iets door het verhaal te razen, maar net op tijd gebeurt er in de onttoverde wereld van de familie Glass helemaal niets.

De wereld is een onherbergzaam oord, waarin van alle kanten het duister dreigt. Dat is erg, of niet erg - het hangt er maar vanaf hoe hard je probeert de dingen van bovenaf te bezien, te begrijpen en met een troostrijk gebaar terzijde te schuiven.
tekst © 1989-2017 Maxim Februari
Powered by Travel-n-Traffic
X
X