Abraham Lincoln, vallen en opstaan


Krijgt een trap van een paard tegen zijn hoofd als hij negen is. Loopt een baan bij de wetgevende macht mis als hij drieëntwintig is. Mislukt in het zakenleven als hij vierentwintig is. Liefje sterft als hij zesentwintig is. Heeft een zenuwinzinking als hij zevenentwintig is. Loopt een zetel mis in het Congres als hij vierendertig is. Verlaat teleurgesteld de politiek als hij veertig is. Keert terug in de politiek en loopt een zetel mis in de Senaat als hij zesenveertig is. Loopt opnieuw een zetel in de Senaat mis als hij vijftig is. Wordt tot president van de Verenigde Staten gekozen als hij eenenvijftig is. Rara, wie is dat? Abraham Lincoln.

De opmerkelijke levensloop van Lincoln wordt tegenwoordig ter bemoediging voorgehouden aan managers en leiders van allerlei pluimage. Dan kunnen ze zien dat ambitie zinvol is en dat vasthoudendheid loont. En omdat ik zelf ook wel wat bemoediging kan gebruiken, neem ik de levensloop van Lincoln vandaag als voorbeeld voor ogen, nu ik op de stoep van het nieuwe jaar zit en me afvraag wat ik zal gaan doen.
Januari gaat als altijd gepaard met melancholie. Zoveel dingen mislukt, het afgelopen jaar, je zou het moede hoofd haast in de schoot leggen en ophouden met proberen. Niet dat ik net zulke indrukwekkende mislukkingen op mijn naam heb staan als Abraham Lincoln. Ik ben bijvoorbeeld nooit mislukt in het zakenleven, omdat ik nooit een zaak heb opgezet, en ik ben nooit een senaatszetel misgelopen, omdat ik geen gooi heb gedaan. Wie wil verliezen, moet natuurlijk wel eerst iets proberen; en eigenlijk, als je het zo bekijkt, is het nog suffiger om de verkiezingen niet te verliezen dan om ze wel te verliezen.
Laat ik niet mopperen, hier op de stoep van het nieuwe jaar, met een geslaagd jaar achter me. Er valt niets te mopperen. Het is hooguit teleurstellend dat je alle problemen denkt te hebben opgelost en dat dan toch, zoals altijd in januari, de hele boel gewoon weer van voren af aan begint. Dezelfde conflicten, dezelfde machtsverhoudingen, dezelfde drogredeneringen, dezelfde zorgen. ‘Altijd hetzelfde, altijd hetzelfde land: / rotsen en eenzame vogels / hier en daar wat gras’, zeg ik, als altijd, Hans Andreus na.
Ook de krant leest deze dagen als een aaneenschakeling van mislukkingen. Had het Westen de afgelopen jaren niet met grote redelijkheid uitgelegd hoe het Midden-Oostenconflict in elkaar steekt en hoe het moet worden opgelost? En dan blijken die getraumatiseerde bewoners ter plekke niet te hebben geluisterd en gooien – o schande – de redelijkheid overboord en bombarderen in het wilde weg schoolbussen, woonhuizen, bakkerswinkels, volkswijken, familiefeesten, voedselvoorraden, zodat ze ten minste de misère en de doodsangst gelijkelijk onder elkaar verdelen. Een zekere moedeloosheid overvalt de nutteloze toeschouwer. Wat zullen we hier eens doen, in Nederland, op de stoep van het nieuwe jaar, voeten in de goot, deken over de knieën tegen de kou?

Maar alla, ik had het over de levensloop van Abraham Lincoln. De stralende overwinning op een reeks tegenslagen die ik als voorbeeld wilde nemen. Mislukken, falen, van je paard vallen en weer opstaan. Dus besloot ik mezelf te vermannen, ik verzamelde moed, en net was ik zover, net had ik besloten met frisse zin alle problemen van de wereld weer eens eigenhandig op te pakken, of mijn oog viel op een begrip dat ik nog niet kende. Le délire philanthropique – de waanzin van de menslievendheid.
Het stond tussen allerlei geestelijke stoornissen en neurosen in een artikel over hoogmoed en nederigheid. Het artikel was geschreven door een mij onbekende jonge filosoof, Stijn Maene, en ging over mensen die zich opwerpen als redder van de mensheid, die goed willen doen op grote schaal, die op zijn minst president van de Verenigde Staten willen zijn, maar liever nog Napoleon, Christus of God.
Als je net had bedacht dat ambitie een goede zaak is, en dat je eigenhandig alle conflicten van de wereld moet gaan oplossen, dan gaf dit artikel stof tot nadenken. Want je kunt je doelen ook te hoog stellen, suggereerde het artikel, en dan zijn ze niet langer gezond. Het beste literaire voorbeeld van de délire philanthropique, zei de auteur, is Prins Myshkin, hoofdpersoon van de roman ‘De idioot’ van Dostojevski. Prins Myshkin lijdt namelijk aan altruïstische waanzin: hij geeft al zijn geld weg, wil iedereen helpen en blijft tot vervelens toe ‘het goede´ doen.
Wat is daar mis mee? zou je zeggen. Het is toch bemoedigend als mensen hun broeders helpen en proberen alle noden van de wereld te lenigen? Jawel, maar volgens de jonge filosoof Maene schiet prins Myshkin door in zijn ambities. Hij wil het voorbeeld van Christus volgen, maar vergeet diens nederigheid en stelt zich boven de mensheid. ‘Door steevast altruïstisch te zijn is hij eigenlijk een enorm obstakel voor de anderen.’ Want ook zij willen menslievend zijn, maar hun menslievendheid haalt het niet bij de verpletterende menslievendheid van de prins. ‘Myshkin krijgt een aura van superioriteit door zijn zogenaamde goedheid.’
Hoe fanatieker prins Myshkin goed doet, hoe venijniger hij wordt gehaat. ‘De idioot’ is volgens Stijn Maene daarom een duidelijke afrekening van Dostojevski met de hoogmoed van het goeddoen dat geen goeddoen is. Wie zijn doelen te hoog stelt is niet alleen idioot, die is zelfs gevaarlijk.

En daarmee zijn we weer terug bij de levensloop van Abraham Lincoln. De Politik der kleinen Schritte. Niet God willen spelen, maar bescheiden beginnen, en bereid zijn faliekant te mislukken. Dat is dan ook uiteindelijk onze opdracht voor de komende tijd: je evenwicht verliezen, omvallen, in het zand bijten, een trap tegen je hoofd krijgen van een paard, in coma raken, maandenlang zweven op de rand tussen leven en dood, en dan weer opstaan. Jawel, ik heb er zin in.


Column de Volkskrant 10 januari 2009
tekst © 1989-2018 Maxim Februari
Powered by Travel-n-Traffic
X
X