Overheidsmoraal : Bolkestein


De officiële moraal van de staat der Nederlanden is door de overheid onlangs bekendgemaakt op de website ‘watvooreikelbenjij.nl’. In het kort komt het hier op neer. De Nederlandse burger is een eikel en hij is alleen te motiveren door een beroep op egoisme en eigenbelang.
De overheid raadt de burger af diefstal te plegen, want door diefstal stijgen de verzekeringspremies en de prijzen. ‘Diefstal is dus dom, want uiteindelijk heb je jezelf ermee.’ Een vergelijkbaar argument gaat op voor geweld: ‘Want de ene keer ben je dader, de andere keer ben je zelf het slachtoffer. Probeer het daarom altijd te voorkomen.’
De mensheid mag eeuwenlang hebben nagedacht over het goede, over rechtvaardigheid, over de beschermenswaardigheid van anderen – de Nederlandse overheid heeft er geen boodschap aan. En dat zou nog tot daaraan toe zijn, en je zou er spottend je schouders over kunnen ophalen, over zo’n primitieve overheidsmoraal, als er geen doden bij vielen. Maar die doden vallen helaas wel. Vandaag schrijf ik over dingen die ik liever niet had willen weten: als u ze ook niet wilt weten moet u dit beslist niet lezen.

In september 1980 valt Irak, onder leiding van Saddam Hussein, Iran binnen. De oorlog trekt veel Nederlandse bedrijven aan, op zoek naar opdrachten en handelscontracten. Ze mogen weliswaar geen militaire goederen aan Irak leveren, omdat Nederland neutraal wil blijven in de oorlog, maar met medeweten van de overheid worden wel chemicalieën verhandeld die gemakkelijk kunnen worden gebruikt als grondstof voor gifgassen.
Het VPRO-programma ‘Argos’ reconstrueerde de gang van zaken rond die chemicalieën in zijn uitzendingen van eind april. Het sprak met deskundigen, met oud-ambassadeur Schorer, en het las interne stukken van het ministerie van Economische Zaken. Beluister je die reconstructie van Argos aandachtig, dan ga je inderdaad denken dat Nederland een officiële moraal volgt van nietsontziend egoisme en dodelijk eigenbelang.
Zodra de Iranoorlog begin jaren tachtig losbrandt is het ministerie van Economische Zaken meteen enthousiast over de financiele mogelijkheden ervan. Het wil graag samenwerken met het olierijke Irak, en eind 1983 reist Frits Bolkestein dan ook af naar Bagdad om een overeenkomst te tekenen. Bolkestein is op dat moment als staatssecretaris van Economische Zaken verantwoordelijk voor de buitenlandse handel. Volgens een verslag verklaart Bolkestein tijdens de ontmoeting met Saddam Hussein en Iraakse ministers dat die ontmoeting plaatsvindt ‘in een setting van sympathie voor het door drie jaar oorlog beproefde Iraakse volk’.
Frits Bolkestein weet dan allang dat de door Nederland geleverde chemicalieën worden gebruikt voor de aanmaak van gifgassen – en dat die worden ingezet tegen het Iraanse volk. En niet alleen Bolkestein weet het. Zijn gehele ministerie weet het, ambassadeur Schorer heeft het althans in 1982 aan Den Haag gemeld. Men heeft er nota van genomen, maar dat het ‘met grote letters in de pers kwam, nou nee’, zegt Schorer nu, ‘men sliep er niet minder goed van.’

Jaren later, als Saddam Hussein Koeweit binnenvalt, zegt Bolkestein voor de Nederlandse televisie dat de ontmoeting in 1983 een ‘lugubere bijeenkomst’ met een ‘luguber regime’ is geweest: ‘Iedereen weet hoe ze de Koerden bestrijden met mosterdgas.’ Maar hij vertelt er niet bij dat hij die kennis in 1982 ook al bezat en dat hij niettemin voorstander bleef van handel in chemicalieën met het lugubere regime.
Pas eind 1984, als andere landen druk hebben uitgeoefend op Nederland om een aantal chemische stoffen vergunningsplichtig te maken, gaat het ministerie van Economische Zaken na langdurig protest overstag. Achteraf, in 2003, gevraagd naar de deal van Frits Bolkestein met Saddam Hussein, zegt partijgenoot Hans van Baalen: ‘Nederland wilde een graantje meepikken. Het is moreel niet goed te praten, maar het is wel te begrijpen.’ En Gerrit Zalm zegt: ‘Ik denk niet dat Frits er met plezier op terugkijkt.’ Daarmee is dan politiek gezien de kous af.
Wel wordt in december 2005 particulier zakenman Frans van Anraat veroordeeld tot een maximumstraf van vijftien jaar wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden. Hij heeft namelijk grondstoffen voor gifgassen verkocht aan het Irak van Saddam Hussein, en volgens de rechter heeft hij daarbij ‘bewust en uit louter winstbejag’ gehandeld. Omdat niet is aangetoond dat hij wist waarvoor zijn chemicalieën waren bedoeld, wordt hij niet veroordeeld wegens volkerenmoord.

In een interview met de Volkskrant in 2003 legde Samantha Power, auteur van het boek ‘A Problem from Hell, America and the Age of Genocide’, uit dat buitenlandbeleid van politici meestal lijdt aan geheugenverlies. Voor politici is alles steeds ‘een nieuwe dag, een nieuw begin’. Maar, voegde ze eraan toe, ‘voor de meeste wereldburgers begint de geschiedenis niet elke dag opnieuw.’ Het is daarom dom en onverstandig te negeren ‘dat Donald Rumsfeldt eind jaren tachtig de hand schudde van Saddam Hussein.’
Waar blijft de opwinding in Nederland na de uitzendingen van Argos? Een heel ministerie blijkt oorlogsmisdaden te hebben gefaciliteerd – en het wekt nauwelijks beroering. Hoe verleidelijk het ook lijkt om zo’n geschiedenis zo snel mogelijk te vergeten, verstandig is het niet. Zeker als gastland van het Internationale Strafhof in Den Haag kan Nederland zich zoveel geheugenverlies eenvoudigweg niet permitteren.
Een Koerdische man uit Iran, slachtoffer van de gifgasaanvallen, bedankte Nederland in de zaak tegen Van Anraat aldus voor de inzet: ´Ik ben erg blij dat ik hier in dit democratisch land, waar recht heerst, mag spreken. U heeft een speciale reputatie in de wereld, dat u opkomt voor mensenrechten.´ Ik lees het - en ik schaam me zo diep als ik me nog nooit voor Nederland heb geschaamd.



Column de Volkskrant 6 mei 2006
tekst © 1989-2018 Maxim Februari
Powered by Travel-n-Traffic
X
X