Seks en de Boekenweek


Mijn auto behoort tot de familie der katachtigen. ´s Morgens vind ik hem slapend onder een kastanjeboom. Zachtjes maak ik hem wakker en dan gromt hij en rekt zich loom, stabilisatorstang vóór, stabilisatorstang achter, hij slingert nog een beetje als hij, langzaam, langzaam, in beweging komt. Dan slaan we in een rechte hoek de snelweg op en versnelt hij zijn pas tot hij een hydraulische roofkat wordt, een designer-panter met de elegantie van variabele kleptiming en de souplesse van een onvolprezen tandheugelsysteem. Een fastback-nachtwezen is het, mijn auto, dat ik moet temmen met mijn rechtervoet.

Ja, hou maar op, ik weet het wel, er zijn belangrijker zaken in de wereld dan de vloeiende lijn van mijn portierpanelen. Gisteren nog dubde ik een uur lang over het bestaan van God. Maar vandaag? Het spijt me, vandaag eens even niet. Er zijn nu eenmaal van die dagen, en deze dag is er een van, dat ik niets liever zou willen dan een eindje rijden. De Boekenweek zit in de lucht, en ik wil gewoon wat dagen met de auto naar het Zuiden.

Mijn voorjaarsverlangen kondigde zich al aan toen ik een paar weken geleden in de NRC een recensie las van Freddy Rikken over de nieuwe Maserati Spyder Cambiocorsa. Een handmatige zesbak, jubelde hij, met roodgemoffelde afdekkappen. En niet dat ik wist wat roodgemoffelde afdekkappen waren, maar de woorden raakten een snaar. Ademloos las ik verder over een blok dat was opgeboord en over de 390 pk´s die dientengevolge warm naar de aandrijflijn vloeiden. Ik las over een uitlaatgaslimiet en een klokkenwinkel, ik las over gemonteerde turbo´s en over lichtslangen: ik las woorden die ik nog nooit had gelezen.
Terwijl ik stilletjes voor me uit prevelde, stegen er gevoelens van begeerte in mij op. ´Handgemoffeld´, fluisterde ik, ´warm opgeboord´. Goed, u moet me maar geloven als ik zeg dat ik me toen toch nog een minuut lang heb verzet tegen de 8-cilinder Maserati Spyder Cambiocorsa. Mijn verweer werd echter definitief gebroken toen de recensent begon over ´het zeegroen aangelichte ovalen klokje dat als een Moeder Maria-medaillon in het midden van het dashboard prijkt.´ Waarna hij een ogenblik talmde en zuchtte: ´Oh Sterre der Zee.´

Het zijn woorden als ´vloeiende aandrijflijn´ en ´sterre´, die maken dat ik op reis wil gaan. Volgens Freddy Rikken mogen we alleen ´s nachts met een Maserati over de maanverlichte Autobahn via Bern naar het zuiden rijden, richting Domodossola, ´om ten slotte - met een schoen op de koperen reling - in een geurende Milanese bar het allereerste kopje espresso te drinken.´ Maar zelf denk ik dat er een nog veel majestueuzer reisverhaal moet schuilgaan achter het zeegroen aangelichte ovale klokje. En daarom, nu de Boekenweek nadert, wil ik vragen: welke grote auteur schrijft voor mij een roman over de Maserati Spyder Cambiocorsa? Ik zou het zelf doen, als ik niet zo hulpeloos verlegen zou worden van een acceleratie tot honderd in 4,9 seconden.

Niet zeuren, zullen de boekverkopers wel zeggen, een reiswagen past niet in het thema van de Boekenweek. De Boekenweek gaat immers over de liefde, en over lust. Ook alle voorbeschouwingen gaan over liefde en over lust, en over de vraag hoe man en vrouw zich tot elkaar verhouden. Weekblad HP/De Tijd heeft een special over seks waarin schrijvers praten over het schrijven over seks. En dat dat niet meevalt. En dat dat toch moet. Eerlijk gezegd krijg ik het vermoeden dat het thema van de Boekenweek dit jaar is afgestemd op de belangstelling van onze literaire journalisten - die zich de afgelopen jaren immers uitsluitend hebben beziggehouden met de vraag of schrijvers elkaar tijdens het Boekenbal knijpen. Wat overigens slechts zelden het geval is.
Volgens mij ligt er een levensgroot misverstand ten grondslag aan al dat nadrukkelijke spreken over lust en letteren. Een tekst wordt namelijk niet erotisch doordat een man en een vrouw druk doende zijn op de keukentafel; een tekst wordt erotisch door de beweging van de zinnen zelf. Door de verhouding tussen onderwerp en gezegde, door de ritmische opeenvolging van medeklinkers, door het stijgen en dalen van de intonatie. Zodat de tekst van Freddy Rikken over de Maserati Spyder Cambiocorsa ontegenzeggelijk een erotische tekst is, en de zin ´we rolden in elkaars armen en ik duwde al mijn ervaring in mijn tong´ even ontegenzeggelijk niet.

Literatuur, kort en goed, gáát niet over liefde, literatuur ís liefde. Literatuur gáát niet over geweld, literatuur ís geweld. In de seks-special van HP/De Tijd wordt de Markies de Sade door vrijwel alle auteurs geciteerd, vanwege zijn seksuele superioriteit: ´Je kunt het niet verzinnen of Sade heeft het bedacht.´ Maar filosofen hebben ons laten zien dat De Sade niet alleen schrijft óver gewelddadige seks, zijn schrijfstijl, zeggen ze, is zelf een vorm van geweld. De eindeloze beschrijvingen en herhalingen zijn bedoeld als evenzovele martelingen van de lezer, die pas als hij de uitputting nabij is, desgewenst wordt beloond met een orgasme.
Bij minder dominante auteurs kom je deze sadistische schrijftechniek tegen in een veel vriendelijker vorm. Dan wordt er een tijdje gespeeld met de lezer, hij wordt geplaagd, in de wacht gezet, genegeerd, uitgelachen en op het juiste moment weer gered. Dit is een liefdevolle schrijfstijl, die je kunt ervaren in verhalen over moerasgebieden, over warenhuizen of over het hogere; hij hoeft niet gereserveerd te worden voor verhalen over seks. Literatuur, nogmaals, gaat niet óver seks: literatuur ís seks.

Zonder een goede literaire techniek, dat staat wel vast, zouden er geen auto´s verkocht worden en geen verkiezingen gewonnen. Zonder onze gevoeligheid voor de taal van de verbeelding zou het leven van alledag niet kunnen bestaan. En daarom heb ik besloten vandaag, in het zicht van de Boekenweek, in verbeelding op reis te gaan, over de Autobahn via Bern naar het zuiden. En ik beloof u dat ik van daaruit een ansichtkaart zal sturen, met een gedicht, alleen voor u, over dubbele vorkbeenophanging en handgespoten zuigers.

Of misschien wacht ik nog even met dat gedicht.
Misschien laat ik u er eerst om vragen.




column de Volkskrant, 9 maart 2002
tekst © 1989-2018 Maxim Februari
Powered by Travel-n-Traffic
X
X